Visserij en aquacultuur

De visserijsector nadert een ernstige globale crisis. Teveel boten jagen met te efficiënte technieken op teveel vis. Wanneer visbestanden aan de kust uitgeput raakten, ging men steeds verder vissen. Wanneer ook daar minder vis te vinden was, begon de visserijsector ook steeds dieper op zoek te gaan naar vis. Door het gebruik van sonar en satellietsystemen om scholen vis te detecteren, kunnen vissen en andere zeedieren zich niet langer verstoppen voor de vissersboten met overbevissing, grote bijvangsten en schade aan ecosystemen als gevolg.

Overbevissing

Volgens de voedsel- en landbouworganisatie (FAO) wordt 80% van de visbestanden volledig of overgeëxploiteerd. Een derde van deze bestanden kan mogelijk niet meer herstellen. Talrijke vissoorten zijn daardoor met uitsterven bedreigd. In de vorige eeuw zijn de populaties van kabeljauw, tonijn, haaien en zwaardvissen met meer dan 90% geslonken. Als we zo verder doen, dan zijn de zeeën als het ware leeggevist tegen 2050 en zullen er nauwelijks nog commerciële vissoorten voorkomen denken wetenschappers. In Europa wordt gemiddeld 88% van de visbestanden overbevist. In de Noordzee zijn de meeste vissoorten al op vijfjarige leeftijd in de netten verdwenen, terwijl sommige soorten van nature wel 25 tot 50 jaar oud kunnen worden. 93% van de Noordzee-kabeljauw wordt gevangen voordat zij zich heeft voort kunnen planten.

De visbestanden in de Noordzee zien er vandaag fundamenteel anders uit dan pakweg 150 jaar geleden. Er was een tijd dat er in de Noordzee reuzetonijnen zwommen, kaviaar geoogst werd en oesterbanken zich kilometerslang uitstrekten. Maar overbevissing is geen recent fenomeen. Voor 1900 waren er al signalen van overëxploitatie op zee. Ontdekkingsreizigers gingen in de Nieuwe Wereld reeds op zoek naar nieuwe onuitgeputte visgronden. Het is dan ook geen toeval dat de Europese nederzettingen aan de Amerikaanse kusten gevestigd werden nabij de rijke visgronden. Maar de moderne technologie maakt het nu mogelijk om vissen tot het laatste exemplaar op te sporen. Bovendien wordt de visserijsector sterk gesubsidieerd. Jaarlijks wordt er wereldwijd maar liefst 30 miljard dollar aan subsidies gegeven. Zonder deze subsidies zouden veel vissersvloten verdwijnen omdat ze niet voldoende winstgevend zijn met zware economische klappen voor de vissers en hun gezinnen als gevolg.

Het resultaat is dat de globale vissersvloot te groot is. De visserijsector beschikt over meer capaciteit dan er vis is om te vangen. Volgens de VN wordt 27% van de visserijschepen beschouwd als ‘ingestort.’ Dit wil zeggen dat slechts 10% van de vooropgestelde quota gevangen werd wat duidt op uitgeputte bestanden en duidelijke verliezen. Uit een studie van het milieuprogramma van de Verenigde Naties blijkt dat maar liefst de helft van de vissersschepen moet verdwijnen om de sector terug winstgevend te maken. Momenteel draagt de globale visserijsector immers maar 17 miljard dollar bij aan de globale economie terwijl er 27 miljard dollar aan subsidies ingepompt wordt. 

Visserijmanagement

Visserijmanagement waarbij beleid, wetenschap en industrie samenwerken is cruciaal om visbestanden op een gezond peil te houden of ineengestorte bestanden terug te herstellen. Maar dit is geen eenvoudige zaak. Adviezen van wetenschappers over quota – de hoeveelheid vis die van elke soort gevangen mag worden opdat het bestand van die soort zich duurzaam kan voortplanten - worden meestal niet opgevolgd door beleidsmakers omdat ze onder druk worden gezet door de visserij-industrie. De laatste jaren zijn de toegestane vangsten die zijn vastgesteld door de Europese Commissie gemiddeld 48% hoger dan de vangsten die door wetenschappers geadviseerd worden. Vissers maken zich immers zorgen dat als de wetenschappelijke adviezen gevolgd worden, de quota te laag zullen zijn en vele vissers hun baan zullen verliezen. Beleidsmakers maken zich dan weer zorgen dat indien ze de visserijsector te hard tegen de benen schoppen, ze heel wat stemmen zullen verliezen. Op die manier kan dus geen duurzaam beleid worden gevoerd.

Een groot onderzoek naar 236 landen die aan zee liggen en een eigen EEZ (Exclusieve Economische Zone) in zee hebben, heeft aangetoond dat geen enkele van deze landen een goed functionerend, duurzaam en effectief visserijbeleid heeft. De belangrijkste reden dat het management van de visserij niet goed verloopt is de ondoorzichtigheid van het vertalen van wetenschappelijk onderzoek naar beleid. Bovendien lijkt de zee niemandsland, niemands verantwoordelijkheid. Adviezen van wetenschappers over vangstquota worden vaak overschreden. Rijke landen hebben over het algemeen een efficiënter visserijbeleid dan arme landen. Echter, de voornaamste reden dat in arme landen het visserijbeleid niet goed verloopt, is het sluiten van overeenkomsten met rijke landen. Regeringen van derdewereldlanden geven hierbij toestemming aan met name de EU, Zuid Korea, Japan, China, Taiwan en de VS om in hun visgebied te komen vissen. Dit resulteert erin dat deze landen met hun moderne fabrieksschepen de beste vis wegvissen. Naast het feit dat dit visserijbeleid op geen enkele manier duurzaam te noemen is, benadeelt het ook de lokale vissers. Zij kunnen minder vis kunnen vangen en genereren dus ook minder inkomen en hebben minder vis voor de eigen consumptie. Hierdoor neemt de jacht op wilde landdieren voor ‘bushmeat’ toe en worden lokale wilde dieren bedreigd.

Aquacultuur

coming soon

 

website by Studio Enden